Het Beeld van Balto

De serum race naar Nome

In Central Park in New York staat het beeld van Balto, als herinnering aan de serumrace naar Nome, waarover het volgende verhaal handelt.

De inscriptie luidt:

"Dedicated to the indomitable spirit of the sleddogs that relayed antitoxine six hundred miles over rough ice, across treacherous waters, through arctic blizzards from Nenana to the relief of stricken Nome in the winter of 1925. Endurance. Fidelity. Intelligence".

"Gewijd aan de onoverwinnelijke geest van de sledehonden die elkaar aflosten bij het zeshonderd mijllange transport van antitoxine over ruw ijs, over verraderlijke wateren, door poolstormen, van Nenana tot redding van het zwaarbeproefde Nome in de winter van 1925. Doorzettingsvermogen. Trouw. Intelligentie".

De betrouwbaarheid en het levensreddende instinct waarmee de sledehond is begiftigd, kreeg wereldwijde aandacht in 1925, gedurende de beroemdste van alle sledehondenondernemingen. Het goud was in 1925 al grotendeels uit Nome verdwenen en de meeste gouddelvers en avonturiers waren alweer verder getrokken. Er leefden nog 2000 mensen in Nome, de meeste van hen waren inboorlingen, en het waren hun levens die op het spel stonden bij deze gebeurtenis. Ongeveer 20 Eskimo's, indianen en blanke mushers waagden hun leven en dat van hun honden voor het geïsoleerde, door difterie geteisterde stadje.

Het nam één week in beslag, van 27 januari tot 2 februari 1925, en het werd de grootste wedloop in de geschiedenis van de sledehond. Gestart bij het 'end of the steel'(= het eindpunt van de Alaska Railroad, vert.)in Nenana,225 mijl benoorden Anchorage, vervoerden de mushers een pakje van 9 kg. difterieserum over een trail die gewoonlijk 25 dagen reizen kostte en die ooit al eens in 15 dagen was gelopen. De trail van Nenana naar Nome voerde 1042 kilometer door het meest onherbergzame, eenzaamste land in de wereld. In het midden van de winter schommelden er de temperaturen tussen 28.3 en 46.2 Celsius graden beneden het vriespunt en de meeste tijd was het aardedonker.
Voor deze race waren geen prijzengelden en de dood stond als musher op de slede van het concurrerende team. Gunnar Kasson en Leonhard Seppela gingen strijken met de eer voor deze race tegen een dreigende difterie-epidemie en verzekerden zich daarmee van een plaats in de geschiedenisboekjes. Kasson's team was het laatste in deze estafette en Seppela legde de grootste afstand af. De Eskimo's, de indianen en de postmushers die het grootste deel van de trail aflegden in de ergste stormen en in de bijtendste kou, werden nauwelijks genoemd in de verslagen die destijds over deze gebeurtenis verschenen. Deze mannen, die tot de dappersten behoorden die het Noorden ooit heeft gekend, werden officieel bedankt met een medaille en een oorkonde getekend door president Coolidge, maar door de kranten en de radio werden ze grotendeels over het hoofd gezien. Slechts weinigen herinneren zich dat het vooral de inlandse mushers waren die zulke onbaatzuchtige offers brachten. De regering had 50 (dollar)cent per mijl aangeboden bij deze gelegenheid, maar de mushers gingen op hun sleden staan zonder aan betaling te denken: de nood in Nome was hun enige drijfveer.

Het verhaal begon op een dag in middenjanuari, toen dr. Curtis Welch (de enige arts in Nome)een geval van difterie ontdekte. Hij verzond onmiddellijk een telegram met een desperate bede om hulp. Zijn voorraad difterieserum was angstwekkend klein en Nome vormde het medisch centrum van een uitgestrekt district met ca.11.000 inboorlingen die gevaarlijk ontvankelijk waren voor wat zij de 'Zwarte Dood' noemden. Er was voldoende serum in Anchorage, maar hoé kreeg je het vlug en veilig naar Nome?Er waren in die tijd twee tweedekkers met open cockpit in Alaska en natuurlijk wilden de vliegers proberen het serum te brengen. Andere mogelijkheden werden uitputtend bediscussieerd, totdat gouverneur Scott Bone besloot dat de risico's van vliegen te groot bleken. Het zou een bovenmenselijke daad zijn en waarschijnlijk zou het de technische mogelijkheden van de vliegtuigen van toendertijd verre teboven zijn gegaan. De koude was bijtend, het weer aller-ellendigst en er waren maar 2 of 3 uren daglicht. Als het vliegtuig zou neerstorten, zou het enige serum in Alaska verloren gaan.

De enige oplossing was hondenteams. Draadloze berichten ijlden over de toendra tussen Nenana en Nome. Langs deze route werden hondenteams en mushers geposteerd op tussenstations. De Alaska Railroad stuurde een speciale trein naar het einde van de lijn in Nenana met het kleine pakje serum aan boord. In Nenana wachtte William 'Wild Bill'Shannon, de U.S. postmusher van de Northern Commercial Company. Op de 27e januari vertrok hij laat naar Tolovana, 83.7 kilometer in noordwestelijke richting,met een team van 9 Malamutes hetgeen voor die dagen een groot werkteam was. De thermometer van het station wees min 32.2o aan. Het pakje met serum werd in dekens gewikkeld om het tegen de schadelijke kou te beschermen.

Omstreeks 12 uur op de 28e gaf Shannon het serum over aan Dan Green in Tolovana. Green racete met zijn 8 honden de 50 km. naar Manley Hot Springs door weer met temperaturen van -34.4o en windsnelheden van zo'n 32 km per uur, een afkoelingsfactor van 52o voor Green en z'n honden. In Manley Hot Springs nam de Athabascan Indiaan Johnny Folger het van hem over; deze liep 45 kilometer, naar Fesh Lake, met een team van 8 honden en nog steeds bij een temperatuur van -34o.Van Fish Lake naar Tanana werd het serum vervoerd door Sam Joseph met het verbazende gemiddelde snelheid van 14,5 km per uur. De temperatuur daalde. Van Tanana naar Kallands, een afstand van 54.7 kilometer, mushde Titus Nicholi zijn honden door weer van -40oC. Daar nam Dave Corning het van hem over bij een temperatuur van -41.1°; hij bereikte een gemiddelde snelheid van 12.8 km. Per uur over de 38.6 kilometer tussen Kallands en de Nine Mile Posthut. Daar werd hij opgewacht door Edgar Kalland, die met zijn zeven honden naar Kokrines racete,48 km verderop, bij een temperatuur die nu -42.2oC bedroeg.

Van Kokrines naar Ruby, nog eens 48 km, worstelde Harry Pitka door een witte sneeuwjacht bij 43.9o beneden nul.Hij slaagde erin het ongelofelijke gemiddelde van 14.5 km per uur te behalen. In Ruby nam Bill Mc Cartney het pakje over en hij rende met zijn zeven honden de 45 kilometer naar Whiskey Creek in iets warmer wordend weer: -41.7oC.Vanaf Whiskey Creek, zeven uur 's nachts, ging Edgar Nollner verder bij -40oC: 38.6 km naar Galena, met 7 honden.

Edgar's broer, George Nollner, bracht het serum 29 kilometer verder, van Galena naar Bishop Mountain, met dezelfde zeven honden. De honden van de Nollners draafden de gehele afstand van 67.6 kilometer, voor een galop was het te donker. Bij Bishop Mountain begon de 22-jarige Athabascan Charlie Evans met een team van negen honden de tocht naar Nulato,48.3 km verderop. De temperatuur daalde tot 46.2 graden beneden het nulpunt en voor Evans werd de tocht een nachtmerrie. Hij had geen huiden van konijnen bij zich om de kwetsbare buikholte van zijn honden te beschermen en twee van hen begonnen te bevriezen, zelfs tijdens het rennen. Nadat hij de kreupele husky’s op zijn slede geladen had, vervolgde Evans z'n weg. Hij rende vóór de slede uit, trekkend aan de riemen, in een poging om de resterende zeven honden te helpen. Vijf uur na zijn vertrek uit Bishop Mountain kwam hij in Nulato aan. Het was vier uur in de morgen en hij was alleen nog maar in staat om zijn zieke honden de hut binnen te dragen en naast de kachel in elkaar te zakken."Het was erg koud", zei Charlie Evans, zich 50 jaar later de gebeurtenis herinnerend.

Tommy Patsy laadde het serum van Evans' slede over op de zijne en vertrok snel in de richting van Kaltag,58 km verderop. Het kostte hem 3.5 uur om deze afstand in de duisternis af te leggen, z'n honden aanmoedigend bij een temperatuur van 40.2 graden beneden nul. Hij kwam er aan op vrijdagmiddag, 30 januari. In minder dan 3 dagen hadden 13 hondenteams 607 kilometer afgelegd. Ze waren iets méér dan halverwege Nome.

Bij Kaltag verliet de trail het dal van de Yukon en leidde over de bergen naar de kust. In de bergen werd het weer slechter. De Athabascan rivierloods Jackscrew nam het serum bij Kaltag over en vloekte z'n weg door een verblindende sneeuwstorm naar de Old Woman schuilhut, een afstand van 64.5 kilometer bij een temperatuur van -32.2o. Daar werd hij verwelkomd door de Eskimo Victor Anagick, die vertrok in jachtende, wervelende sneeuw naar Unalakleet,54.7 km verder op Norton Sound.

In Unalakleet wachtte er een andere Eskimo, Myles Gonangnan, die met het serum vertrok naar Shaktoolik. Hij moest de gehele 64,5 kilometer een trail banen voor zijn 8 honden door sneeuwruggen die hem tot z'n middel reikten. Zij reisden door één van de ergste sneeuwstormen sinds mensenheugenis. Het gelukte hem binnen twaalf uur en hij zakte uitgeput en bevroren in elkaar...maar het serum kon veilig mee op de volgende slede. Harry Ivanoff startte toen naar Golovin. Na een halve mijl op de trail snoof het team rendiergeur op en er ontstond een onbeschrijfelijke chaos. Terwijl hij vocht om zijn team weer in orde te krijgen, keek hij op: Leonard Seppala en zijn team wedstrijd-siberians -de enige in de wijde omtrek- kwam over de trail aansnellen. Klaarblijkelijk had de sneeuwstorm de verbindingen verbroken en in Nome werd gedacht dat er geen vervangingsteam in Shaktoolik was. Dus had Seppala zijn team ruim 240 km, vanaf Nome, gemushed om het kostbare pakketje te kunnen oppikken. Ivanoff gaf hem het serum en Seppala koos de kortste terugweg over Norton Sound, een route die gewoonlijk door mushers werd vermeden. De harde wind dreef het zeewater over het ijs, dat ieder moment zou kunnen breken en dat daarna, met Seppala samen met de honden en al, naar de Beringzee zou drijven. Maar Seppala, die op dezelfde dag al eens met succes die overtocht had gemaakt en die groot vertrouwen in z'n snelle honden had, dacht dat hij, met wat geluk, de oversteek naar Golovin zou halen en daarmee uren, zelfs dagen zou winnen.

Bij stijgende temperaturen. Die het ijs alleen nog maar gevaarlijker maakten vertrok Seppala met hoge snelheid naar Golovin,146.5 kilometer westwaarts via de route over de Sound. De kleine Noor en zijn leaddog Togo liepen die dag 135.2 kilometer. Dertig van deze kilometers voerden over het kruiende, beukende, brekende zeis. Maar Togo, de held van menige sledehondenwedstrijd en veteraan op de trails, kende de gevaren. Hij bezat ook de geheimzinnige gave om de wensen van Seppala al uit te voeren vóórdat Seppala een commando gaf. Togo leidde de kwetsbare stoet van slede, honden en musher zo snel als hij kon over de massieve opeenstapeling van scherpe, kreunende ijsschotsen. Laat op zaterdagavond bereikten zij Isaac Point, aan de andere kant. Daar stopte Seppala om zijn honden te voeren en om hun rauwe, gespleten voetzolen te verzorgen. Hij vertrok de volgende morgen in de sneeuwstorm en ontmoette tegen het midden van de middag Charlie Olson bij Golovin. Er moest nog 129 kilometer worden afgelegd.

Om 3 uur vertrok Charlie Olson voor de 40 km. lange tocht naar Bluff. Hij vocht zich 'n weg door de sneeuwstorm, terwijl hij en z'n team van zeven honden keer-op-keer van de trail werden geblazen door winden met een snelheid van 80.5 km per uur. De thermometer wees -43.4o aan, Olson's handen bevroren, zijn honden bevroren en struikelden, maar de gehele nacht vochten zij door. Omdat zijn blik werd verblind door de woedende sneeuwstorm, moest Olson erop vertrouwen dat zijn leaddog op de trail bleef. Om half acht 's morgens, slechts vier uur en vijftien minuten na zijn vertrek uit Golovin, bereikte hij Bluff en gaf het serum over aan Gunnar Kasson.

Kasson rende de resterende 88.5 kilometer naar Nome met 15 honden in harnas, op weg naar roem en eer. Ergens op de trail liep hij de volgende musher, Ed Rohn, voorbij, die in Safety stond te wachten om het serum mee te nemen op het laatste traject naar Nome."Hij ging 'm wél expres voorbij", monkelde de oudgedienden later. Maar Kasson, die Bluff om tien uur had verlaten, in complete duisternis en in een sneeuwstorm die voortjoeg op winden met snelheden van 128 km per uur, had geen herkenningspunten en hij kon daardoor gemakkelijk de blokhut voorbijgereden zijn. Hoewel hij gekleed was in mukluks van zeehondenhuid die tot aan z'n heupen reikten, in een broek van zeehondenbont, een parka van rendierbont met daarover nog een windjack, voelde Kasson nog steeds de bijtende wind. Twee van zijn honden, langharige oude rotten op de trail, begonnen onder het weer te bezwijken en Kasson moest stoppen om ze de huiden aan te gespen. De slee kantelde voortdurend in de zachte sneeuw; hij kon niets zien en hij wist werkelijk niet waar hij zich bevond.

Er was maar één manier voor Kasson om in leven te blijven en het serum veilig door de storm te krijgen: door de richting van het team blindelings over te laten aan de leaddog, Balto. Balto, één van Seppala's Siberians, was een krachtige, ervaren leider, maar Seppala had hem op deze tocht niet meegenomen omdat de zes jaar oude hond niet meer zo snel was als vroeger. Kasson had echter behoefte aan de leiderskwaliteiten en leende Balto uit Seppala's kennel. Toen de leiding volledig aan hem werd toevertrouwd in de erbarmelijkste weersomstandigheden, snuffelde en tastte Balto zich met lage neus over de begraven, onzichtbare trail. Het enige dat Kasson restte was vertrouwen op de instincten en ervaring van de hond. Het succes van de inspanningen van meer dan 150 andere sledehonden en 19 andere mushers hingen nu nog uitsluitend af van Balto. De levens van tientallen, misschien wel honderden Alaskanen hingen af van de dappere kleine sledehond en zijn team.

In de traditie van de grote leidershonden leidde Balto het team en het serum regelrecht naar Nome, de oren plat tegen zijn kop gedrukt, de gevoelige neus zoekend naar de trail.

Toen ze aankwamen, half zes 's morgens op 2 februari, zonk de halfbevroren Kasson neer naast zijn 'Balto',"je bent een verdomd goeie hond !", kon men hem horen mompelen.


 

                                                     

 
De officiële Route van 1925

De afstanden die elke mucher heeft afgelecht


tartMusherLegDistance
January 27"Wild" Bill ShannonNenana to Tolovana52 mi (84 km)
January 28Edgar KallandsTolovana to Manley Hot Springs31 mi (50 km)
Dan GreenManley Hot Springs to Fish Lake28 mi (45 km)
Johnny FolgerFish Lake to Tanana26 mi (42 km)
January 29Sam JosephTanana to Kallands34 mi (55 km)
Titus NikolaiKallands to Nine Mile Cabin24 mi (39 km)
Dan CorningNine Mile Cabin to Kokrines30 mi (48 km)
Harry PitkaKokrines to Ruby30 mi (48 km)
Bill McCartyRuby to Whiskey Creek28 mi (45 km)
Edgar NollnerWhiskey Creek to Galena24 mi (39 km)
January 30George NollnerGalena to Bishop Mountain18 mi (29 km)
Charlie EvansBishop Mountain to Nulato30 mi (48 km)
Tommy PatsyNulato to Kaltag36 mi (58 km)
JackscrewKaltag to Old Woman Shelter40 mi (64 km)
Victor AnagickOld Woman Shelter to Unalakleet34 mi (55 km)
January 31Myles GonangnanUnalakleet to Shaktoolik40 mi (64 km)
Henry IvanoffShaktoolik to just outside Shaktoolik0 mi (0 km)
Leonhard SeppalaJust outside Shaktoolik to Golovin91 mi (146 km)
February 1Charlie OlsonGolovin to Bluff25 mi (40 km)
Gunnar KaasenBluff to Nome53 mi (85 km)