Hier vind u de een paar verhalen over de geschiedenis van de slede hond en de sledehonden sport

Bronvermelding: "The World of Sleddogs"

 

De geschiedenis van de sledehond begon ca. 4000 jaar geleden, toen in Noord-Siberië nomadische stammen voor het eerst honden voor een slede spanden om lasten te trekken. Sinds die tijd hebben de bewoners van de eenzame, door vorst en sneeuwstormen geteisterde poolgebieden sledehonden gebruikt om zich te kunnen voeden, kleden, verwarmen en verplaatsen. Zonder de sledehond waren de culturen van de Chukchi´s en het Samojeden­volk ondenkbaar geweest. Ook aan de kusten van Alaska leefden al 1800 jaar voor Christus Eskimo´s, die voor hun levensonder­houd volledig op hun honden waren aangewezen; zij spanden drie of vier honden in harnassen achter elkaar voor hun tobogans (een slede met een platte bodem, geschikt om zware vrachten door diepe sneeuw te trekken) op wel 1500 km. lange tochten. De barre omstandigheden schie­pen sterke, wolfachtige, dichtbe­vachte honden die tegen ver­moeidheid en ontberingen waren opgewassen en die voor hun inspanningen met een minimale hoeveelheid voedsel beloond behoefden te worden. De selectie was onbarmhartig, vooral als zij ´s zomers volledig aan hun lot werden overgelaten en hun kostje zelf moesten vinden of anders verhongerden. Zij vraten het afval van de Eskimonederzettingen, vingen lemmingen en scharrelden langs de kust op zoek naar mosselen, garnalen en andere schelp-en schaaldieren. Zij sliepen buiten, ook in geselende sneeuwstormen, waarin zij zich, opgekruld en met de staart voor hun neus, lieten onder­sneeuwen.

Ook in de 20e eeuw blijven sledehonden, ondanks de stormachti­ge technologische ontwikkelingen, onontbeerlijke metgezellen voor de mens in de poolgebieden. Machines falen, de harde sterke sledehond geeft niet op. Pas in 1963 bezorgt Chester Noongwook op St. Lawrence Island de laatste post per sledehon­denteam: Spotty, Brownie, Mil-ko-lak en Donkey worden inge­ruild voor een vliegtuig. De goudzoekers bij de Yukon hadden hondenteams. In Alaska en Canada gebruikten vallenjagers en bonthandelaars hondenteams om zich door de besneeuwde binnen­landen te verplaatsen, die voor andere vervoersmiddelen onbe­gaanbaar waren.

Nog in 1930 bezat de beroemde Royal Canadian Mounted Police 470 sledehonden die op patrouilles in de binnenlanden werden gebruikt; in 1955 werd er door hen nog bijna 95.000 km. afge­legd over besneeuwde trails, maar in 1967 waren er nog maar 13 RCMP hondenteams en werd er 32.000 km. met ze gepatrouil­leerd. In 1969 kwam aan deze traditie een einde, toen de laatste 78 honden werden vervangen door motorsleden.

Ook de postbezorging werd per hondenteam gedaan en de bezorgers maakten er een sport van om de post op een bepaalde tijd in een dorp te krijgen.

Poolexpedities in de 20e eeuw maakten gebruik van sledehonden­teams. Hun welslagen kon er mee staan, zelden vallen.

Peary ondernam z´n tocht naar de Noordpool in februari 1909. Hij startte vanaf Cape Columbia op Ellesmere Island met 24 man, 19 sleden en 133 honden en bereikte de Noordpool op 6 april 1909. In 1911/12 vond de opwindende race plaats naar de Zuid­pool tussen de Noor Roald Amundsen en de Brit Robert Scott. Scott maakte voor zijn transport gebruik van pony’s en honden, maar kennelijk wist hij geen optimaal gebruik te maken van de dieren, want toen hij na een uitputtende tocht van 78 dagen op 17 januari 1912 de Zuidpool bereikte, zag hij hon­densporen in de sneeuw en een wapperende Noorse vlag. De Noor Amundsen die uitsluitend hondenteams gebruikte had voor hem de Zuidpool bereikt. De pony’s van Scott hadden tijdens de tocht onuit­spreke­lijk gele­den en raakten verzwakt en uitgeput, maar de honden door­ston­den alle ontberingen moedig en onver­stoor­baar. De barre terug­tocht kostte Scott het leven.

Admiraal Richard R. Byrd maakte bij zijn tochten naar de Zuidpool gebruik van tractoren en hondenteams en dankte veel van zijn succes aan de honden. In "Discovery" schrijft hij,

Vliegtuigen en tractoren zijn schitterende apparaten, maar de honden zijn onvervangbaar. De husky(=hond) van de Eskimo kan zich over terrein verplaatsen waar geen tractor kan doordrin­gen en geen vliegtuig kan landen. Alle technische hulpmiddelen ten spijt, worden sledehonden nog steeds gebruikt door veel pool­reizigers, sociologen en antropologen. Medewerkers aan het Internationale Geofysische jaar (1957-´58) en andere weten­schappers prefereerden het hondenteam boven technische midde­len, omdat de betrouwbaarheid van de sledehond nog steeds superieur blijkt. In 1978 wordt de tocht naar de Noordpool voor het eerst door één man gemaakt: de Japanner Naomi Uemura wordt vanuit de ruimte gevolgd door een Amerikaanse satelliet, die voortdurend z´n positie controleert via een radioverbin­ding: maar hij maakte zijn eenzame tocht met "natuurlijk", honden.

De eerste wedstrijden met hondenteams zullen zich ongetwijfeld hebben afgespeeld tussen jagers of goudzoekers of tussen Eskimo's, maar de eerste officiële, georganiseerde rennen vonden plaats in Alaska, in 1908, in het stadje Nome. De First All Alaskan Sweepstakes werden gehouden over een afstand van 408 mijl, heen-en-terug van Nome naar het gold-rushstadje Candle. John Hegnes werd winnaar in 119 uur, 15 minuten en 12 seconden. De beroemde Scotty Allen, winnaar van drie andere Sweepstakes, werd tweede. De tweede All Alaskan Sweepstake werd gehouden in 1909: er was 10.000 dollar als eerste prijs uitgeloofd. Scotty Allen won de race en werd op de voet ge­volgd door een team Siberian Husky's met musher Louis Thrus­trup. Die als derde eindigde. De honden die in deze tijd gebruikt werden waren geen voor de wedstrijden gefokte honden maar de normale werkhonden van allerlei ras en soort. De Sibe­rian Husky was een totaal nieuw verschijnsel in Alaska. De Siberian Husky was (is) een nieuw, klein, licht­voetige hond, geïmporteerd vanuit Siberië door de Russische bonthan­delaar William Goosak. De Alaskaanse mushers zagen niet zo veel in dit timide "schoothondje", dat mooi, maar wèl schriel afstak bij hun grote, sterke vrachthon­den, maar ze moesten hun mening wel herzien toen de raceresul­taten bekend werden. De honden van de in geldnood verkerende Goosak werden gekocht door kapitein Char­les Madsen: de prijs voor het team, de harnassen en de slede? De terugreis van Goosak naar Rus­land! Zo kwamen de eerste Siberian Husky's naar Alaska om een blijvend stempel op de ontwikkeling van de sledehondensport te gaan zetten. De Alaskan Sweepstake leverde, naast de zich verspreidende faam van de Siberian, beroemde namen in de ge­schiedenis van de sledehondensport op: Scotty Allen, John"Iron Man" Johnson en de beroemdste van allemaal Leonard Seppala.

Het deelnemen van de Verenigde Staten aan de 1ste wereldoorlog in 1917 maakte een einde aan deze eerste belangrijke episode van de georganiseerde sledehondensport, die inmiddels in Alaska tot nationale sport was uitgegroeid en waarvan de beoefening zich snel verbreide over Canada en de rest van de VS.:'The lower '48's.

De races veranderden al vrij spoedig van karakter; de afstan­den werden korter, de snelheden van de honden groter. Er werden speciale honden voor de rennen gefokt, waarbij met allerlei kruisingen van verschillende rassen werd geëxperimen­teerd. Zoals kruisingen die waren ontstaan van inlandse honden met Ierse Setters. De Alaskan Husky begon zijn intrede te doen in de sport. Toen in 1917 het einde van de All Alaskan Sweep­stakes was gekomen, werd in de staat Idaho de eerste mushers­vereniging opgericht; de Amercian Dog Mushers Association. In 1924 werd de New England Sled Dog Club opgericht, de oudste nog bestaande vereniging.

In 1927 kwam de inmiddels legendarisch geworden Leonard Seppa­la naar New England met het team dat aan de serumrace naar Nome had deelgenomen en opnieuw boekten de kleine Siberians spectaculaire successen in de rennen, waar zij het befaamde team Chinookhonden van Arthur Walden; tot dat moment de onbetwiste kampioen in New England, versloegen. De New Englanders waren zo onder de indruk van de Siberian Husky's, dat nu in dit deel van de USA. de zegetocht van deze sledehonden begon. Eva "Short" Seeley, een beroemde naam in de wereld van de sledehond, begon zich toe te leggen op het fokken van deze hondjes in de van Walden overgenomen Chinook kennels en door haar toedoen werd het ras tenslotte officieel erkend door de American Kennel Club, het Amerikaanse equivalent van onze Raad van Beheer. Tot op de dag van vandaag kunnen de namen van Seppala's Siberians worden teruggevonden op de stambomen van vele, ook in Nederland gebruikte Siberian Husky's.

In Europa werd de sledehondensport pas rond 1960 populair, enkele werknemers van luchtmaatschappijen kwamen in Alaska in contact met grote Siberian kennels en kregen de gelegenheid een aantal Siberians mee naar Nederland te nemen, en zo start­te de sledehondensport in Europa met Nederland als trendset­ter. Ongeveer tegelijkertijd werden er ook in Zwitserland een aantal Siberians uit Alaska geïmporteerd. Door de sneeuwloze periodes in ons land werd er met karren ge­traind, maar in Zwitserland werd er zomaar een trainingsweek georganiseerd op sneeuw en met sle­den.

In deze trainingsweek in het dorpje Axalp bewezen de husky´s gelijk hun waarde. Er brak een hevige sneeuwstorm los en de stroomvoorziening in het hotel waar de deelnemers verbleven viel uit. Gelukkig bleef de telefoon intact er kon er in een dorp tien km. naar beneden een grote generator geregeld wor­den. Helaas liep de truck met de generator al na enkele kilo­me­ters in de sneeuw vast. Een groep mensen is toen vanuit het hotel met een achttal Siberians naar beneden gegaan, is de generator op een slede geladen, de honden voor de slede ge­spannen en met man en hondkracht is de generator boven geko­men. Dit voorval heeft nogal wat bekendheid gekregen en maakte de sledehond populairder. In de daarop volgende jaren werden er alleen nog maar trainingskampen georganiseerd, waar de mensen de kunst van elkaar afkeken en probeerden met hun eigen honden een team te vormen. De meeste sleden waren door de mensen in elkaar geknutseld en hadden de meeste vreemde vormen. In deze tijd is een Zwitser voor een jaar naar Alaska geweest en heeft daar bij de bekende huskyfarm van Earl en Nathaly Norris stage gelopen. De kennis die Ernst en Heidi Muller mee naar huis namen was voor de sledehondensport in Europa door­slaggevend en in de daarop volgende jaren werden er nog steeds alleen in Zwitserland wedstrijden georganiseerd met als deel­nemers vnl. Zwitsers en Nederlanders.

In de daarop volgende jaren neemt de sledehondensport in Europa een snelle vlucht, er worden meer en meer wedstrijden georganiseerd De televisie besteedt er veel aandacht aan en voor veel dorpen of steden in de wintersportgebieden is het een goede zaak om een sledehondenwedstrijd in het winterpro­gramma te hebben. Er wordt in deze tijd dan nog alleen met raszuivere honden gelopen, te weten de Siberian Husky, de Samojeed, de Alaskan Malamute en de Groenlandse Eskimohond.

Van deze rassen een korte ras en karakter beschrijving.

Deze poolhondenrassen zijn erkend door de FCI (Fédération Cynologique Internationale). De raspunten van deze sledehon­denrassen geven een beeld van een normale, goed gebouwde werkhond, opgewassen tegen barre klimaats- en terreinomstan­digheden. Er kleven geen extremiteiten aan deze honden, hun schoonheid is ontstaan uit hun oorspronkelijke functie. Kyno­logen zijn vaak bevreesd, dat de fokkers van sledehonden een te grote nadruk zouden gaan leggen op het snelheidsaspect en dat zij daarmee het rasbeeld zouden kunnen schaden: een onge­gronde vrees, want bij een zorgvuldige selectie op grond van functionele criteria ontstaat: een hond die precies aan de eisen voldoet die de opstellers van de raspunten voor ogen zweefde. Het tegendeel is waar: de kynologen zouden beducht moeten zijn voor het uitsluitend hanteren van esthetische criteria en voor de overdrijving daarvan, terwijl karakterei­genschappen, gangwerk en andere vitale zaken worden verwaar­loosd. Rampzalige gevol­gen hebben de kynologische bemoeiingen bij een groot aantal werkhonden gehad, maar gelukkig is de doorsnee-poolhondenbezitter een nuchter denkend mens, die zich niet snel tot deze extreme waanzin zal bekeren. Redenen te over dus voor een hartelijke samenwerking tussen de rasvereni­gingen, de kynologen en de mushers.

De Groenlandse Eskimohond stamt uit Groenland en de kuststre­ken van Canada, waar hij door de Eskimo's gebruikt werd voor zwaar sledehondenwerk en bij de jacht op ijsberen en zeezoog­dieren. Een ras dat onder de zwaarste klimaatomstandigheden werd gevormd en dat tegen de meest barre levensomstandigheiden opgewassen geraakte. Als sledehond is de Groenlandhond onge­twijfeld het meest op zijn plaats in een vrachtwedstrijd en de long-trail, maar in Europa wordt hij ingedeeld in de klassen van de langzamere rassen, ondanks het feit dat goed getrainde Eskimohonden hoge snelheden kunnen bereiken. Net als bij de Alaskan Malamute is de onderlinge vrede bij Groenlandhonden slechts te bewaren door een musher die zijn kalmte en vastbe­radenheid geen moment verliest. Als huishond is de Groenlandhond een intelligente, maar eigengereide hond, die veel aan­dacht vergt: niet loslaten lopen, want als z'n nieuwsgierig­heid wordt geprikkeld is hij vastbesloten om een grondig onderzoek in te stellen, waarbij hij van een toeziende eige­naar geen hoge dunk koestert. Na gedane zaken (die vaak geen keer nemen als het onderwerp van z'n belangstelling een kat, konijn of schaap betrof) keert hij ongetwijfeld bij de ontred­derde baas terug die hem dan na één of twee uur, soms ook dagen, weer in z'n armen mag nemen: want jegens mensen is hij de vriendelijkheid zelve. Een lastige huisgenoot, die veel vreugde kan schenken aan een ijverige, volkomen toegewijde eigenaar.

De Samojeed stamt uit het noorden van Rusland, waar hij door het Samojedenvolk werd gebruikt als hoeder van hun rendieren­kudden, bij de vangst van robben en als slede-en gezelschaps­hond. Als sledehond is de Samojeed een opgewekte werker met korte gangen (althans wanneer men hem vergelijkt met de Siberi­an Husky). Hij wordt ook ingedeeld in de klasse van de langza­mere honden. Door zijn aan eigenwijsheid grenzend karakter is hij snel geneigd om zijn menig kracht bij te zetten in een knokpartij met een andersdenkende teamgenoot. De Samojeed begeleidde Nansen, (de Noorse ontdekkingreiziger) op zijn pooltochten. Als huishond is hij een opgewekte en intelligente vriend, die redelijk goede omgangsvormen kan ontwikkelen bij een vriendelijke en consequente opvoeding. Hij heeft veel beweging nodig (net als alle andere honden) en z'n lange witte vacht vraagt om regelmatige verzorging. Z'n levendige belang­stelling voor het wereldgebeuren uit hij vaak in opmerkzaam gekef, hetgeen hem niet door alle omstanders in dank wordt afgenomen.

De Alaskan Malamute stamt uit Alaska, waar hij oorspronkelijk Mahlmut werd genoemd, naar de inheemse Mahlmut-eskimo's. Hij werd voornamelijk als sledehond gebruikt, maar bewees ook zijn diensten bij de jacht. De Malamute is bij uitstek geschikt voor het trekken van zware vrachten en is door zijn zware, krachtige bouw géén hond voor hoge snelheden. Als sledehond is de Alaskan Malamute géén snelheidsduivel en dus is hij het best geschikt voor vrachtraces en long-trails. In de snelheidsraces worden de Alaskan Malamutes ingedeeld in de langza­mere klas­sen. Als huishond is de Alaskan Malamute intelligent, betrouwbaar, vriendelijk en aanhalig en ontvankelijk voor een goede opvoeding. Net als alle andere poolhonden is hij bijzon­der proper op z'n altijd frisse vacht. Natuurlijk eist deze grote, sterke hond veel beweging.

De Siberian Husky stamt oorspronkelijk, zoals de naam al zegt, uit Siberië, waar hij door vallenjagers als sledehond werd gebruikt. Hij is een sledehond die bij uitstek geschikt is voor het afleggen van grote afstanden met een hoge gemiddelde snelheid. Door deze eigenschappen verwierf hij zich in Amerika (Alaska) snel faam bij de sledehondenrennen. Als sledehond is de Siberian de meest populaire hond in de Midden-Europese sledehondenrennen. Hij is snel en heeft een goede, verdraagzame teamspirit en hij is over het algemeen niet zo agressief jegens soortgenoten als de andere sledehondenrassen. Als huishond is de Siberian geen uitgesproken gemakkelijke kost­ganger. Hij is vriendelijk jegens huisgenoten, hij is zindelijk, schrander en vrolijk. Maar z'n karakter is nogal onaf­hankelijk en eigenzinnig, zodat goede omgangsvormen hem slechts moeizaam bij te brengen zijn. Hij is een fanatieke jager, die geen moeite schuwt om konijnenhokken en volières doeltreffend van hun inhoud te beroven. Ook de uitdaging van een schaap neemt hij aan. Hij stelt zich niet tevreden met een verwonde prooi. Als de verveling toeslaat lucht hij z'n frustraties op meubilair en gordijnen, hetgeen een versoberend effect heeft op het interieur. Niet een hond voor de luie flatbewoners dus.

In het midden van de jaren tachtig werden er in Europa enkele pogin­gen gedaan om een snellere sledehond te fokken (b.v. kruisingen van een Siberian met o.a een border collie, grey­hound en staande honden). Sommige van deze honden waren wel snel, maar vaak hadden zij niet de teamgeest die een raszuive­re poolhond van nature wel heeft en ook de commando´s werden niet altijd feilloos opgevolgd, kortom een weinig succesvol probeersel. Spoedig hierna werden uit Alaska wat meer doorge­fokte honden geïmporteerd, honden die zich in de sledehonden­sport bewezen hadden. De topkennels in Alaska fokken n.l. uitslui­tend met honden die goed lopen en een goede teamgeest hebben en zich bewezen hebben op de wedstrijden. De selectie is hard en streng. Om een winnend 16 honden team op de been te houden moet er geselecteerd worden uit zo´n 80 tot 200 honden.

Kortom, het resultaat van deze fok en selectie noemt men Alaskan Husky, een snelle rasloze hond met voor 90 procent de speci­fieke kenmerken die een raszuivere poolhond siert.

Andere soorten honden die wel snel kunnen lopen, maar niet de specifieke kenmerken van de poolhond hebben worden in de slede­hondenwereld hounds genoemd.

De mens achter de sledehondensport

De sledehondensport wordt beoefend door alle mensen uit alle lagen van de bevolking en is een zeer geëmancipeerde sport, omdat zowel mannen als vrouwen dezelfde kans hebben een wed­strijd te winnen (vrouwen zijn zelfs door hun geringere li­chaamsgewicht iets in het voordeel). Echter allen hebben één ding gemeen, hun liefde voor sledehonden en de sport die zij ermee beoefenen. Het feit dat de sledehondensport soms "eli­tair" genoemd wordt is uitsluitend gebaseerd op onkunde en op te sensatio­neel gekleurde verslaggeving. Het op de been bren­gen en houden van een team sledehonden is een kostbare en tijdrovende zaak, waaraan door alle familieleden van de musher wordt (moet) deelgenomen. Natuurlijk behoeft niet iedere musher zich prompt een kennel met 30-of- meer honden aan te schaffen, maar ook een team van bescheiden afmetingen vraagt voortdurende zorg en aandacht. Het is een kostbare zaak, omdat er in Europa in de rennen nauwelijks geldprijzen kunnen worden verdiend en het aantal sponsors van een team is minimaal. Voeding, huisves­ting, veterinaire hulp, materialen en trans­port kosten handen­vol geld en inkomsten zijn praktisch nihil, omdat het fokken en selecteren van sledehonden een zorgvuldig en tijdrovend werk is. Menig musher rijdt voor een goede dekreu kris kras door Europa en een enkeling waagt zijn kansen zelfs in het mekka van de sledehond: Alaska. Broodfok­kers, zoals we die in de wereld van de kynologie aantreffen, bestaan onder liefheb­bers van sledehondensport nauwelijks. Mensen die eenmaal door de besmettelijke ziekte van het slede­hondenrennen zijn aange­stoken, getroosten zich dus grote financiële opoffe­ringen voor hun liefhebberij en spenderen daaraan ook al hun vrije tijd, met als enige beloning het grote plezier dat zij in de vrije natuur met hun honden bele­ven. Want het trainen van sledehon­den, "bij weer en wind, in regen, storm en sneeuw" levert de grootste voldoening, soms bekroond met het winnen van een wedstrijd. Eerzucht en ambitie vormen niet de beste ingredi­ënten voor succes en voldoening, wel kennis van en liefde voor de honden en de wil om zich grote geldelijke en andere opof­feringen te getroosten voor de spannende en ont­spannende levensstijl die de sledehondensport is.

Het materiaal

De karren

Om de honden goed voor het winterseizoen te kunnen trainen maken de mushers gebruik van trainingskarren. Deze karren variëren nogal van vorm, veel mushers maken hun eigen trai­ningskar en brengen hun eigen ideeën in het bouwsel. Het voor­naamste is dat een trainingskar is voorzien van vier of drie wielen, waarop de musher tijdens de trainingen staat of zit en dat er een voorziening is waarop een tijdens de training ge­blesseerde hond meegevoerd kan worden. Hij moet altijd voor­zien zijn van een deugdelijk stuur en remsysteem. De kleinere teams t/m 4 honden kunnen volstaan met een kar voorzien van drie wielen, waarvan alleen de achter wielen geremd zijn. De grotere teams 4 t/m 8 honden moeten een vierwielige kar ge­bruiken, waarvan alle vier de wielen goed geremd zijn. De open teams 8 t/m 16 honden gebruiken karren met het volume van een autochassis. De kwaliteit van de karren zijn volgens de normen van de sledehondenverenigingen vastgesteld, en dat is ook wel nodig. De kracht van een sledehondenteam is zo enorm en een ongeluk is altijd mogelijk.

De sleden

De sleden die tijdens de wedstrijd worden gebruikt, verschil­len weinig van de sleden die vroeger voor transport werden gebruikt. Ze zijn wat lichter, de runners zijn wat langer en de basket is korter. Iedere musher heeft zijn persoonlijke voorkeuren, maar over het algemeen zijn de sleden ca. 250 cm lang en wegen ze minder dan 20 kilo. De sleden werden gemaakt van berken, essen en eikenhout. Vandaag de dag is er een voorkeur voor essenhout, terwijl ook de moderne materialen zoals aluminium, kevlar en carbon hun weg in de slede bouw vinden. Toch gaat er niets boven het geluid van een kra­kende en kreunende met leer in elkaar gebonden houten slede, waar geen enkele schroef of bout inzit. Voor de gebogen con­struc­ties wordt gebruik gemaakt van lamineer technieken, waarbij dunne stroken hout koud gebogen en verlijmd worden. De houten delen worden door middel van pen - gat verbindingen met elkaar verbonden en vast gemaakt met dunne veters van leder of nylon lijn, zodat de verbindingen uiterst sterk en soepel zijn. Een goede slede behoort lenig te zijn en laat zich daardoor gemak­kelijk door bochten sturen, terwijl hij op rechte trajecten goed moet sporen. De glijders van de slede zijn bekleed met staal, P-tex of polyethyleen, e.e.a afhanke­lijk van de sneeuw en trail omstandigheden. Alle sleden zijn voorzien van een rem. Op de zitting van de slede kan een gewonde of zieke hond en de bagage worden meegevoerd. Tijdens wedstrijden is het verplicht een z.g. dog-bag op de slede mee te voeren, die voorkomt dat de uitgevallen hond onderweg van de slede afvalt en bij strenge koude en wind te snel afkoelt. De zak ligt plat op de slede en kan snel worden opengeritst om er de patiënt in te stoppen. Met riempjes is de zak aan de slede bevestigd.

De treklijnen

De honden worden twee aan twee voor de slede gespannen. De middelste, centrale lijn wordt de treklijn genoemd, terwijl de hond wordt vastgemaakt aan een nek en ruglijn. De lengte van de lijnen zijn erg belangrijk daar een te korte of te lange lijn veel van de inspanningen van de hond te niet kunnen doen. De lijnen worden vervaardigd van synthetisch touw of geplasti­ficeerd vliegtuigstaalkabel.

De harnassen

Iedere hond in het team draagt een goed passend harnas, dat vervaardigt is uit soepel nylonband. Om doorschuren van de huid te voorkomen, wordt het harnas op de drukplekken voorzien van een zacht materiaal (b.v. teddy). Er zijn vele soorten harnassen en iedere musher heeft daarover uitgesproken menin­gen. De hoofdzaak bij ieder harnas is, dat het de krachten goed over het lichaam van de hond verdeelt, dat het de bewe­gingsvrijheid zo weinig mogelijk belemmert, dat het perfect past en een maximum aan comfort schenkt.